,

Day #32: From south to north

Xin chao! Al 13 dagen in Vietnam, time flies! Hoog tijd voor een update na de fotopost van vorige keer:

We begonnen onze reis in Vietnam in het zuiden, in Saigon (Ho Chi Minh Stad). Voor het regelen van de visa’s moesten we 1,5 uur wachten, en toen we eindelijk aan de beurt waren, bleek dat we alles contant moesten dokken. Helaas hadden we geen 100 USD zomaar op zak en waren er ook geen pinautomaten in de buurt, dus moesten we met wat andere gestrande backpackers op zoek naar een automaat buiten de douane. Illegaal het land in!! Eenmaal aangekomen in de stad zelf was het een grote chaos met overal scooters/ratten/kakkerlakken/uitlaatgassen, heel fijn begin. Gelukkig zouden we niet al te lang in de stad blijven, alleen voor het War Museum en de Cu Chi tunnels.

Beide wilden we veel meer leren over de Vietnam oorlog, dan enkel de geschiedenislessen die we op school hadden gehad. Wauw, wat heftig maar ook ontzettend interessant waren beide het museum en de tunnels. Het museum gaf ons een samenvatting van wat er gebeurd is, met hele indrukwekkende stukken, foto’s en zelfs nog niet ontplofte Agent Orange bommen. Het effect van deze bommen was zichtbaar op talloze foto’s en zelfs miskramen met heftige vervormingen op sterk water. De Cu Chi tunnels waren op ongeveer anderhalf rijden van Saigon. In deze tunnels verscholen de mensen zich tegen de bommen. Er werd dus gekookt, geslapen, naar school gegaan en gevochten. Alles vanuit de tunnels, bijna twintig jaar lang. Alles was gemaakt voor de kleine Vietnamees, dus Mitchell zat bijna klem haha! Wat ons ook opviel is dat Vietnam nog eigenlijk best communistisch is, met overal de communistische vlag en foto’s langs de straten van ‘Uncle Ho’ (Ho Chi Minh himself).

Na Saigon besloten we meteen door te vliegen naar Da Nang, en vanuit daar door de reizen naar Hoi An. We hoorden hier zoveel goede verhalen over en waren wel toe aan iets anders dan een grote stad. Onze Homestay was buiten het centrum, midden in de rijstvelden met buffels om je heen, geweldig! Daar waren we achteraf ook erg blij mee, aangezien Hoi An toch een stuk toeristischer was dan we dachten (ondanks dat het laagseizoen is). Overdag valt het mee en is het gezellig druk, maar in de avond is het chaos met alle Chinezen/Koreanen en straatverkopers. Af en toe voelde het een beetje of je in een pretpark wandelde, met alle mooie gebouwen en alle toeristen, maar ondanks dat vonden we Hoi An erg leuk. En het eten, wauw, geweldig #getfatinvietnam. Ja,zelfs voor ons vega’s is het heaven, we hadden namelijk een ontzettend schattig restaurant (Am Vegetarian Restaurant) gevonden dat gerund wordt door een familie. Ze maken alle specialiteiten van Vietnam vegetarisch and it’s sooo good.

Centraal Vietnam wordt bijna jaarlijks getroffen door cyclonen/overstromingen en in een van de huizen werd bijgehouden hoe hoog het water elk jaar stond. De hoogste streep was van een maand geleden, bijna 2,5 meter hoog! Daar schrokken we wel van, dat het stadje zo zwaar getroffen was maar aan de andere kant zo snel weer opgebouwd is.

In Hoi An besloten we langer te blijven, omdat ook in de omgeving veel te doen was (en laten we eerlijk zijn, het heerlijke eten was ook niet vervelend ;)). Zo zijn er mooie stranden en zijn we naar het My Son tempelcomplex geweest. Heel fanatiek besloten we er om 7 uur in de ochtend heen te gaan, waardoor we de enige waren in het hele complex (er was bijna nog niet eens personeel). We hadden 3 vrolijke doggo’s (honden) als gidsen die ons de weg wezen haha. Het complex bestond uit verschillende Cham (inheemse bevolking van dat deel) tempels, die helaas zwaar getroffen zijn door de bombardementen van de oorlog. Overal zag je ook de kraters die de bommen hadden achtergelaten, bizar.

 

Next up was Hué, waar we met de trein heen zouden gaan. De treinrit was echt ontzettend mooi, doordat je door de Hai Van Pass reist. Hieronder wat beelden:

Hué zelf vonden we minder, een redelijk grote stad met veel verkeer en een minder leuke sfeer. Gelukkig verbleven we wel bij een leuke familie in een homestay, die ons veel vertelden en leerden over Vietnam. De geschiedenis van de stad is wel erg interessant, aangezien het een van de meest getroffen steden is van de oorlog. Het ligt namelijk op de grens van Noord en Zuid Vietnam (DMZ-zone). We hadden een volle dag om de Citadel te ontdekken hier, het oude keizerrijk van Vietnam. Er stonden van de 160 gebouwen die er vroeger stonden nog maar 20, de rest was allemaal verwoest door de bommen. Ook zag je in verschillende muren kogelgaten zitten, bizar.

Verder dronken we, op aanraden van onze homestay, coconut coffee bij een schattig koffietentje waar alleen maar locals kwamen. Super leuk! Veel locals eten hier op straat, op een soort kleine stoeltjes aan een kindertafel, en wij dachten laten we dat ook eens proberen. Zat eigenlijk verrassend lekker tot een mannetje naar ons toe kwam rennen en in paniek naar de weg wees en onze tafel. Eerst snapte we er niks van, maar met handen en voeten maakte de man duidelijk dat we onze tafel hoog in de lucht moesten houden. 10 seconden later kwam er een enorme vrachtwagen door de straat die de straten met water schoonspoot, en ja hoor, onze hele plek was doorweekt. Ontzettend lief dat deze vreemde man ons kwam waarschuwen hahaha!

Na een beetje klaar te zijn met drukke steden besloten we naar het Phong Nha National Park te gaan, waar we op dit moment zijn. Wauw, wat is het hier mooi zeg! Midden tussen de bergen en met jungle en de grootste grotten van de wereld. De eerste dag huurden we met wat mensen die we ontmoet hadden een boot, die ons naar de Phong Nha grot bracht. Echt zo ontzettend magisch om te zien, je kan je gewoon niet voorstellen hoe groot het werkelijk is. Het park zelf heeft 65km aan wegen, wat het beste te doen is op een scooter. Ondanks dat ik het nog doodeng vond (I know I’m a pussy), zijn we de uitdaging toch maar aangegaan en wat ben ik daar blij om!! Na elke bocht die je omging was het uitzicht nog mooier dan het vorige. Gelukkig hebben we hier wat drone beelden van, dan hebben jullie een beetje een idee hoe het er uitziet, want het is niet te beschrijven. I guess we’re real adventurerers now 😉 Buiten het park, in de dorpjes, is het ook ontzettend leuk rijden trouwens, met de koeien en buffels op de weg, de spelende puppy’s, kinderen die naar je zwaaien en locals die je vriendelijk begroeten 🙂

In de avond werden we uitgenodigd voor een familiediner in onze homestay, met ontzettend veel eten en huisgemaakte shotjes rijstewijn. Erg gezellig met de andere backpackers uit Nieuw-Zeeland, Duitsland, Japan en de USA en de Vietnamese familie. De shotjes bleven maar komen! Bij elke ‘YO’ was het tijd voor een nieuwe volgens de vader, en werd er uitgebreid getoast met de woorden “Mot Hai Ba YO” (wat zoiets als cheers betekent). De vader en moeder spraken geen engels, dus deden ze alles met de spraakfunctie van Google Translate. Vaak zei Translate iets heel anders dan de vader bedoelde, wat hilarische situaties opleverde. Verder vertelde de vader over de tijd dat hij als kind van zes de Amerikaanse soldaten hielp de lichamen van gecrashte piloten te vinden midden in de jungle. Ongelofelijk wat de mensen hier hebben meegemaakt, iedereen heeft een verhaal. Ook vertelde hij dat als Vietnamese mensen in zijn homestay samen slapen als zij niet getrouwd zijn, de politie kan langskomen om ze te arresteren. Gelukkig was dit bij toeristen niet het geval, lucky us 😉

Op dag twee gingen we naar de Paradise Cave, die 7 km lang is. Helaas kon je er alleen de eerste kilometer in, aangezien het hier op dit moment regenseizoen is en het water te hoog stond. “Is niet elke grot hetzelfde?” zou je denken, en ja, dat dachten wij ook. Maar de Paradise Cave was weer zo anders dan de Phong Nha Cave, echt bizar. Na een rit van een uur, nog een uur omhoog klimmen leg je nog 500 treden naar beneden af en dan: it all hit you at once. Overal bizarre rotsformaties. Prachtig!! Hierna deden we nog een jungle trekking in de Botanical Gardens, die je langs prachtige watervallen en meren brengt. Helaas zagen we geen apen, maar wel een paar rock rats, een klein knaagdier dat hier in het wild leeft. De botanical gardens zijn eigenlijk de enige plek waar je de jungle in mag en kan lopen, aangezien er heel veel onontplofte bommen in het national park liggen. Scary!

Tot nu toe was Phong Nha zeker het hoogtepunt van onze reis, nature at its best. We nemen zo de trein naar Ninh Binh (9 uur rijden vanuit hier), waar we ook veel goede verhalen over hebben gehoord en heel benieuwd naar zijn. Tot zover gaat het goed met ons dus, we vermaken ons wel met alle lieve mensen hier en dingen om te doen 🙂 See you soon! X

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *